|
Scheelzien
Uw probleem > Gezichtsstoornissen > Scheelzien

Scheelzien

Scheelzien is een afwijking waarbij beide oogassen niet op één fixatiepunt kunnen worden gericht. Deze afwijking kan aanwezig zijn van bij de geboorte, verschijnen in de eerste levensmaanden of -jaren, of plots ontstaan op volwassen leeftijd. Het kan zich intermitterend (nu en dan) manifesteren of constant aanwezig zijn.

Er bestaan verschillende vormen van scheelzien, die worden ingedeeld in functie van de richting van de afwijking van de oogassen. Als één oog recht vooruit ziet en het andere oog naar binnen afwijkt, spreken we van esotropie of convergent scheelzien. Dat is de meest voorkomende vorm van scheelzien. Het oog kan ook naar buiten draaien. Dan spreken we van exotropie of divergent scheelzien. In zeldzamere gevallen wijkt het oog naar beneden (hypotropie) of naar boven (hypertropie) af.

We vermelden wel dat bij scheelzien meestal beide ogen een afwijking van de oogassen vertonen en niet één oog, al kan het lijken alsof één oog de 'schuldige' is.

Van de kinderen met scheelzien ontwikkelt een derde of zelfs de helft amblyopie (een lui oog). Dit verschijnsel doet zich voor als de twee ogen er niet in slagen om hetzelfde beeld te fixeren. Om dubbelzien te vermijden, passen de hersenen zich aan: ze negeren het beeld dat door één van de twee ogen wordt doorgestuurd. Eén oog wordt dan dominant en het andere wordt 'vergeten'. Amblyopie is gevaarlijk omdat het vergeten oog met de tijd lui of minder functioneel kan worden: na de leeftijd van 6 jaar kan die situatie niet meer worden hersteld.

Amblyopie verschijnt niet bij volwassenen die plots gaan scheelzien. Omdat de hersenen al zijn ingesteld op de visusfunctie zal de patiënt doorgaans gaan dubbelzien.

Wat zijn de symptomen?

De symptomen van scheelzien zijn:

ogen die niet in dezelfde richting lijken te kijken
ogen die niet gelijktijdig lijken te bewegen
vaak knipperen of scheelzien, meer specifiek bij fel licht
het hoofd draaien om bepaalde voorwerpen te bekijken
een verkeerde waarneming van diepte
dubbelzien

Wie is erbij betrokken?

Scheelzien verschijnt op hele jonge leeftijd bij ongeveer 3 % van de kinderen. Zowel jongens als meisjes kunnen er last van hebben. Vaak is een familiale voorgeschiedenis aanwezig.

Volwassenen kunnen ook plots gaan scheelzien.

Wat zijn de oorzaken?

Scheelzien komt vaker voor in families met een voorgeschiedenis van deze afwijking maar de precieze oorzaak van scheelzien bij kinderen is nog niet helemaal duidelijk.

Scheelzien op volwassen leeftijd kan worden veroorzaakt door letsels ter hoogte van de oogkas of van de zenuwen die de oogspieren controleren, of door problemen ter hoogte van de hersenstam, waar de visuele signalen worden verwerkt, zoals intracraniale letsels en circulatieproblemen.

Scheelzien kan een nevenverschijnsel zijn van bepaalde aandoeningen, zoals diabetes, een hoge bloeddruk, multipele sclerose of schildklierproblemen. In die gevallen moet de patiënt globaal worden behandeld.

Wat is de evolutie?

Bij kinderen kan scheelzien intermitterend (met tussenperiodes) optreden en pas later blijvend worden.

Bij volwassenen kunnen bepaalde vormen van scheelzien waarvan de oorzaak in de bloedcirculatie ligt, mettertijd verdwijnen.

Hoe wordt het gediagnosticeerd?

De oogarts onderzoekt de uitlijning van de ogen van het kind en gaat op zoek naar tekens van een gebrekkige coördinatie van de oogbewegingen.

Bij baby's of kinderen die slechts in beperkte mate kunnen meewerken, test de arts de uitlijning door de posities van een lichtweerkaatsing geprojecteerd op elk oog te vergelijken. Maar met deze test kan geen onderbroken scheelzien worden aangetoond, behalve als dat scheelzien aanwezig is op het moment van de test.

Bij kinderen die in staat zijn om mee te werken, kunnen onderbroken en constant scheelzien met afwisselende afdekking worden vastgesteld. Bij deze test zal het kind focussen op een voorwerp en zal de onderzoeker de gedragingen van elk oog van het kind observeren als het afgedekt is en als het niet afgedekt is.

Bepaalde oogartsen tonen visusproblemen aan met behulp van een speciale camera die kortstondige foto’s maakt van de ogen van het kind.

Men kan de patiënt vragen om te kijken naar een reeks prisma’s om te bepalen hoe belangrijk de divergentie of convergentie van de ogen is.

Een volledig onderzoek van de ogen inclusief onderzoek van het netvlies is nodig om alle organische oorzaken uit te sluiten. Er worden ook metingen uitgevoerd om de best mogelijke correctie van het zicht te verkrijgen met behulp van een bril. Bijkomende testen kunnen nodig zijn in functie van de oorzaak van het scheelzien.

Hoe kan het worden voorkomen?

Om de nadelige gevolgen van scheelzien zo veel mogelijk te voorkomen, moeten de kinderen van nabij worden opgevolgd om eventuele oogproblemen op te sporen, vooral als een familielid last heeft van scheelzien.

Hoe vroeger de diagnose wordt gesteld en hoe sneller een behandeling wordt ingesteld, hoe beter de resultaten zullen zijn.

hoe het te behandelen?

    Inleiding

    Chirurgische ingreep

    Injectie van een product

Alles sluiten
BRUSSELS EYE DOCTORS, SINT-MICHIELSLAAN 12-16, 1150 BRUSSEL – TEL. + 32 2 741 69 99